Blog Giesberts
Huisgemaakt

Van aanprijzingen als ‘huisgemaakt’  en ‘ambachtelijk’ worden de knieën snel zwakker. Wat vermoedelijk vijftig jaar geleden niet als bijzonderheid gold en nu wel is namelijk dat het niet uit een fabriek komt. We willen weer graag geloven dat de kok in de keuken eigenhandig de appels heeft geschild, het deeg door zijn handen heeft laten gaan om ons de huisgemaakte appeltaart voor te schotelen. En als de gebruikte appels biologisch zijn gekweekt voelt het nog gezond ook. We zijn gecharmeerd van kas die niet uit een friese fabriek komt maar van een boer op twintig kilometer afstand. En van jam die ‘naar grootmoeders recept’ is bereid. Wat veel culinaire genoegens betreft zijn we, kortom, hopeloos romantisch.

De ontwikkeling beperkt zich niet alleen tot de keuken. Ambachtelijke timmerwerk, mondgeblazen glaswerk, handgewoven kleding, het fascineert en verleidt ons meer dan ooit

Bezit is een expressie van de identiteit. Lees er Erich Fromms ‘Hebben of zijn’  (1976) maar op na. Blijkbaar is authenticiteit in onze identiteit belangrijk. Vergelijken is moeilijk, maar gezien de groeiende interesse voor ‘eerlijk waar’ is het belangrijker geworden. Maar is het vernis of heeft het wortels diep in hoe we denken en (willen) zijn? Is het mode of is het een nieuwe mindset?

Voedsel regionaal produceren, en op een gezonde manier, zijn inmiddels al enkele jaren politieke doelen op europees en nationaal niveau. Dat heeft tal van objectieve redenen en staat daarom voor een nieuwe mindset in het denken over voedselproductie en -consumptie. Voor meubels, kleding en andere niet-eetbare goederen is dit, op enkele keurmerken na, veel minder het geval. De belangen zijn hier anders; het is gen kwestie van leven, ziekte of dood. Eten van een besmette kip is schadelijker ongeacht de stoel of tafel waar de consumptie aan wordt gepleegd. Mar om redenen van kinderarbeid, natuur- en bosbehoud is de mindset onmiskenbaar aan het veranderen.

Wat betekent dat voor de romantische inslag? Is dat eigenlijk niet slechts een mooie marketing, aangemoedigd door de europese en nationale overheid? Een mode daardoor die, net als de spijkerbroek, wel deel wordt van onze cultuur, maar ook verdwijnt als de overheden hun beleid loslaten? Zijn we volgend, profiterend van de in gang gezette ontwikkeling, of jagen die, gedreven door en overtuiging over ‘eerlijk waar’ door ons koopgedrag aan?

Is het belangrijk om dat te weten? Ja, als je ziet hoe makkelijk dit kabinet belangrijke regelgeving op bijvoorbeeld natuur, milieu en sociaal gebied loslaat. En niet het loslaten is het probleem, maar vaak de risico’s die genomen worden met de gevolgen. Bewust consumeren zou het niet moeten hebben van overheidsregels. Maar het heeft er nu wel baat bij. Ik hoop dat straks het ‘huisgemaakte’ bezuinigingspakket van het kabinet in die zin geen verrassingen bevat. En zo wel, dan wordt het een test of onze voorkeur voor eerlijk eten en bezit de grens tussen mode en mindset al is gepasseerd.

Spoken

Het is een consumentenencliché: iets zien in de etalage, daardoor verleidt de winkel binnenstappen, en merken dat het getoonde het laatste exemplaar is, en het exemplaar in jouw maat, kleur of anderszins gewenste vorm niet verkrijgbaar is. Dat etalages, net als reclame, moeten verleiden en dus de wereld fraaier maken dan wat de winkel biedt, is de spreekwoordelijke steen waar je je makkelijk vaker dan twee keer aan stoot. Veel voorbeelden tref je, wellicht verrassend, bij de vacatures. Uitzendbureau’s schijnen massaal met spookvacatures te werken. Dit zijn vacatures die er nog niet zijn, maar waarvan het uitzendbureau wel verwacht dat ze er komen. Het is natuurlijk geniaal bedacht. Want niets is dodelijker dan een uitzendbureau waar maar twee echte vacatures de grote raampartij versieren. Daar loopt de werkzoekende al snel aan voorbij want de keus is dan te miniem en dat schept geen vertrouwen. Nederland telt ruim 1.000 online vacaturebanken. Daar geldt ongetwijfeld een zelfde wet voor: je bent als vacaturebank waardeloos als je maar een paar vacatures kunt bieden.

De etalage van politiek Den Haag heeft ons de afgelopen dagen ook met het spookthema geconfronteerd. Bij onderhandelingen is het misschien wel standaard: je hebt de echte onderhandelingen en je hebt de spookonderhandelingen. Dit heet ook wel het spel. Vaak blijft dat binnenskamers. De Catshuis-onderonsjes toonden ons dezer dagen echter fraaie voorbeelden van de spook-variant. Ons werd verteld dat er een moeilijke fase was. Verhagen zei het gewichtiger: “Dit is als een moeilijke fase te karakteriseren.” (Want ja, de RVD napraten met dit type minieme teksten is ook zo armoedig). Vandaag blijkt dat de moeilijke fase voorbij is en er perspectief op oplossingen voor in de plaats is gekomen. En het is voor velen gissen wat nu waar en niet waar is aan de beelden van de lachende onderhandelaars op het terras, de handdoek die PVV gisteren in de ring zou hebben geworpen, het begrip ‘perspectief’ dat vandaag is gecommuniceerd. Wat is oprecht en wat is het spook?

Ooit komen we het wel te weten, maar nu nog even niet. We vermoeden voldoende om ons in gesprek te houden, maar dit gebeurt op de stoep van het Catshuis, want de winkel houdt voorlopig de deuren nog gesloten. Of zou het zo zijn dat we ook naar spook-onderhandelaars aan het kijken zijn en straks uit een klein houten deurtje aan het Binnenhof een ander gezelschap van coalitie en gedogers naar buiten treedt en zegt: we zijn er uit (wat in deze als symbool extra krachtig werkt). Want waarom ook niet? Onze samenleving wordt steeds postmoderner: authenticiteit is steeds minder een voordeel, oprechtheid is ballast; wie (media)beelden kan maken, een verhaal kan vertellen, publiek weet te bereiken en te boeien, heeft goud in handen. We zijn bijzonder ontvankelijk voor spoken, hoaxen en ander de verbeelding tartende constructies. Dus een spook meer of minder in de politiek: we kijken er straks niet meer van op of om.

Feest!

Honderdjarigen hebben de gewoonte het rustig aan te doen. Er is wat familie, de burgemeester komt langs en misschien is er ook nog ruimte voor een journalist of fotograaf. Zo gaat dat bij personen. Bij organisaties is het beeld vaak tegengesteld. Het bereiken van de honderd stuwt de feestroes op tot nog niet verkende hoogten. De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft de verleiding ook niet weerstaan. Er is een bonte feestavond georganiseerd om het heuglijke feit straks met tout gemeenteland en partners te vieren. Daar is niks mis mee. Jorritsma, de voorzitter, heeft in het verleden bewezen een musicalster in-de-dop te zijn. En er zijn vast wel enkele raadsleden te vinden die een gelegenheidsheids-muziekband kunnen formeren. En als we toch bezig zijn: waarom niet een toneelstuk van enkele burgemeesters of wethouders, bijvoorbeeld Het Verjaardagsfeest van Harold Pinter. Passend. Zo kan het, maar zo gebeurt het natuurlijk niet. Honderdjarige organisaties laten zich graag fêteren door Bekende Mensen. Die daarvoor natuurlijk betaald worden. En dat doet wat met de kosten en de prijs van het toegangskaartje. Als een organisatie zich dat kan veroorloven is dat geen probleem. En voor veel bedrijven is het bij uitstek een moment om de marketing een extra energiestoot te geven. Maar ‘veroorloven’ voor maatschappelijke organisaties gaat verder dan alleen de platte financiële afweging. Het bestrijkt ook een verraderlijk reliëf van begrip en draagvlak. Financieel veroorloven is één, maatschappelijk veroorloven is twee.

Dat laatste is zo verraderlijk omdat het gaat om inschattingen die vooraf gemaakt moeten worden. is en Freek de Jonge over the top of zal men zijn optreden als verrijkend en passend vinden? En als we daarbij dan Golden Earring programmeren, is dat niet te veel ‘toppers’  bij elkaar? Het is de kunst aan de goede kant van de lijn te blijven, helaas voor de feestroezende plannenmakers, is die eerder behoudend dan uitbundig. Wie de lijn vergeet maakt zich zeer kwetsbaar voor negatieve kritiek. De beeldvorming schiet zonder veel moeite in het verhaal dat hier overdreven dik wordt gedaan met gemeenschapsgeld. Feit en fictie zijn dan al snel minder relevant.

De VNG heeft het over zich afgeroepen: aangestoken door wethouder Eerdmans van Capelle is het feest tot en met de Amsterdamse gemeenteraad onderwerp van kritiek: daar associeer je je niet mee, nee, daar distantieer je je van. De VNG heeft het ‘veroorloven’ te eenzijdig benaderd en compleet gemist dat de bezuinigende gemeenten zich niet kunnen of willen associeren met een feest dat in beeld als grotesk wordt neergezet. Het verweer van de organisatie bestrijdt nu amechtig dat de kosten extravagant zijn, maar de teerling is geworpen.

Het is treurig. De VNG schaadt haar imago terwijl het jubileum juist een moment is om de onderlinge verbondenheid te verstevigen. Vooroordelen bij de leden over een organisatie die te gemakkelijk met geld omspringt bevestigt ze. Had ze een vorm gekozen om, bijvoorbeeld via de lokale afdelingen, het feestprogramma voor te bespreken, dan was het wellicht anders gelopen. Want dat valt wel op: het is nu in de discussie Jorritsma en Pans tegen de rest. Er is in de wording van het feestprogramma geen medestand opgebouwd die zich nu makkelijk laat mobiliseren. Als twee collega-wethouders Eerdmans direct van repliek hadden gediend was de discussie vanaf de start minder zwart/ wit gevoerd.

Jorritsma en Pans hebben onderschat hoe zwaar gemeenten, hun leden, het momenteel hebben om de touwtjes bij elkaar te houden. Dan mag er ook best feest worden gevierd, maar een reflectie van de benarde tijden op de opzet van het feest had gepast. Als dit wel is gebeurd zou de VNG dit als de wiedeweerga duidelijk moeten maken. Alleen de begroting toelichten, zeggen dat de kosten niet overdreven zijn en de rest afdoen als stemmingmakerij, is niet voldoende meer om het negatieve beeld te kantelen.

Consolation International

We naderen Pasen en al ben ik niet gelovig, het is een geschikt moment om stil te staan bij het Lijden. Het is part of life en als zodanig niet een punt van dagelijkse, diepgaande aandacht. Een mens kan er gek van worden. Overzien we het actuele toneel met een jaar bloederige opstand in Syrië, een afgrijselijk busongeluk, een losgeslagen moordende militair in Afghanistan, dan is er veel stof tot reflectie. Alsof er toch een hogere macht is die het er om doet.

Lijden is het ondergaan van smart en ellende, aldus wikipedia. Je hebt het lijden van direct betrokkenen en het lijden van hen die op afstand meevoelen. In aantal is dit exponentieel, in mate van pijn is het een flauw surrogaat. We voelen de smart bij de zoveelste moordpartij door het regime van Assad, we voelen niet de echte pijn die de getroffen Syriërs ondergaan. Ons lijden is daarmee niet gediskwalificeerd. Gedeeld lijden verzacht…wordt gezegd. En beter met je gezicht naar wat er mis is staan, dan met je rug.

Soms leidt het mee-lijden tot acties. In Libië kwam de internationale gemeenschap in actie. Bij het busongeluk is er sprake van een actieve expressie van medegevoel. Al is een dag van rouw voor ons weer te lastig om in mee te gaan. Bij zo een moordende militair staan we geheel machteloos. De afstand tussen het lijden van de getroffen Afghaanse families en ons mee-lijden is onoverbrugbaar.

Ik zei al: we kunnen niet iedere dag uitgebreid met het Lijden op de wereld bezig zijn. We slaan het wel ergens op, want is er een ramp waar de afstand met de slachtoffers makkelijk en veilig is te overbruggen dan kunnen we gul zijn in onze steun. Tenzij de ramp, zoals bij de hongersnood in de Hoorn van Afrika vorig jaar, een onoplosbaar Lijden lijkt te vertegenwoordigen. Dan verliezen we de moed of de zin. Of is ons repertoire van medeleven opeens te beperkt.

Ik hanteer nu steeds de meervoudsvorm omdat het naar mijn idee om iets redelijks ongrijpbaars gaat. Hoe gingen we om met de 9/11 aanslag? En de grote terroristische aanslagen daarna in Madrid en Londen? We volgden met grote betrokkenheid de berichtgeving. Dit oogt wat karig, maar, om andere redenen dan bij de moordende militair, was ook hier het tonen van mee-lijden een onmogelijke opgave: een hulpactie, een zend-een-bloem/ of kaart-actie…het leek weinig zin te hebben. En als je het als individu zou willen: hoe regel je dat?

Ik kan me best voorstellen dat we vaker van ons willen laten horen als we geconfronteerd worden met Lijden. Niet per se met geld, wat ook niet altijd mogelijk is. Maar met een kaartje, een email, bloemen desnoods. Als een arm over de schouder, een klop op de rug. En wat zou het gemakkelijk zijn als er een organisatie was à la Amnesty die die faciliteiten biedt. Een Consolation International, die bij situaties met Lijden er voor zorgt dat je de getroffenen linksom of rechtsom een hart onder de riem kan steken. Omdat we wel willen, maar niet altijd kunnen. Het zal de hongerigen misschien niet veel zeggen, maar getroffenen van aanslagen, ongelukken en ander onheil kunnen er troost uit halen. En wie wil dat nu niet, in smartvolle en ellendige situaties troosten of getroost worden?

Meer vlinders in de burgerparticipatie

"Inspraakavonden en themabijeenkomsten zijn nog steeds de populairste methoden van burgerparticipatie. Vrijwel alle gemeenten zetten deze in. De rol van internet wordt steeds groter. (..) en gemeenten zetten steeds vaker sociale media in als communicatiemiddel. Dit gaat ten koste van meer traditionele communicatiemiddelen als flyers, brieven, lokale radio en televisie. Onverminderd populair zijn inspraakavonden en themabijeenkomsten. Vrijwel alle gemeenten zetten deze in.”

Aldus ProDemos op basis van onderzoek dat ze deden naar het gebruik van burgerparticipatie door gemeenten. Dat ‘vrijwel alle’  gemeenten participatie gebruiken en dat in de middelen ook hier digitalisering plaatsvindt, is geen opmerkelijke conclusie. Andersom zou het dat wel zijn geweest.

Ook niet verrassend maar wel een punt om over door te denken is de bevinding dat participatie vooral het domein is van colleges van B&W. Gemeenteraden, zo stelt ProDemos, spelen nauwelijks een rol. Burgers, zo wil ik toevoegen, spelen vrijwel geen rol. Burgerparticipatie is dus vrijwel altijd top down. Als het dagelijks bestuur er rijp voor is wordt de poort van het Forum geopend…

Die gang van zaken is al moeizaam genoeg. Ondanks alle cursussen en trainingen die medewerkers mogen volgen, zo vermeldt het rapport. De top-down lijn is volkomen natuurlijk vanuit de verticale opbouw van gemeentelijke beleidsprocessen. En ook natuurlijk is het om als dagelijks bestuurder controle te willen houden over het proces waar je verantwoordelijk voor bent. Timing en strategie zijn daarom ook niet zo zeer het onderwerp van de trainingen en cursussen. Wel al die middelen, de crowd control, het beheersen van wat je ontketent. Niet echt een recept voor een avontuurlijke ervaring met frisse ontdekkingen. Al zijn veel participatietrajecten voor betrokken medewerkers en bestuursleden al avontuurlijk genoeg: een wijkbijeenkomst met boze inwoners is altijd indrukwekkend.

We maken, zo bewijst het ProDemos-onderzoek, een diep karrenspoor van participatie. En, ook in de vergelijking met 2009, is dit spoor dieper en onwrikbaarder geworden. De kar wordt door vele B&W-leden getrokken en veel burgers volgen voor toch dat ene moment van invloed. Is het wijs dit karrenspoor te blijven volgen of zou het goed zijn nieuwe sporen te trekken?

Ik denk van wel. Als we op de comfortzone van gemeenten en hun dagelijks bestuurders blijven koersen zal burgerparticipatie altijd een zorgvuldig, strak ingekapseld rupsje blijven. En met elke lichting medewerkers die weer beter getraind zijn in de middelen en het proces, wordt de inkapseling nog steviger.

Als we vlinders willen, als we de deelname van burgers aan de politieke besluitvorming opener en vruchtbaarder willen maken, zal meer en eerder de gelegenheid hiertoe moeten ontstaan. Dan is het zaak eerder met bewoners te bespreken hoe en wanneer zij participatie belangrijk vinden. Dat is minder comfort voor de bestuurder, maar meer comfort voor de burger. En daar doen ‘we’  het toch allemaal voor.

Het afzien van Job Cohen

Job Cohen heeft het niet verdiend, maar krijgt het wel: de zwartepiet. Daar kun je als leider de schouders over ophalen of stellen, zoals hij gisteren deed, dat de partij oppositie voert onder zijn leiding, maar wat in het oog zit wrijf je er niet snel uit. In de momenten dat Job zijn ogen sluit beseft hij ongetwijfeld dat zijn positie precair is. Daar is hij kundig bestuurder genoeg voor. Aan de andere kant, hoe langer mensen topposities bekleden hoe schraler het zelfinzicht. Job had de koelheid moeten hebben om na de verloren formatie te zeggen: `Nu stap ik opzij. Ik zou een goede PvdA-premier zijn geweest, maar de oppositierol vraagt een andere stijl.’ Had hij die zelfkennis getoond dan had dat hem en de PvdA vast veel gedoe bespaard. Het had hem ook de allure gegeven van een staatsman, ironisch genoeg juist de drijfveer van Wouter Bos om hem naar voren te schuiven. Cohen heeft die kans jammerlijk gemist.

Dit lijkt dan toch wat in tegenspraak met mijn bewering dat de zwartepiet onverdiend is. Dat is ook zo voor wie het van wat grotere afstand bekijkt. Dat de PvdA inhoudelijk niet erg koersvast is, is al vele jaren zichtbaar. In de fragmentatie van visies en standpunten wordt dan weer eens gebogen naar arbeideristische roots en dan weer eens naar de hardwerkende middengroepen. Je kunt het Cohen niet aanwrijven dat hij niet direct de nieuwe koers kon vertellen, die was er namelijk niet. Kiezers hebben tegenwoordig weinig geduld meer. Bevalt het ze niet, dan winkelen ze verder. De PvdA had en heeft het verhaal niet om kiezers stevig vast te houden.

Cohen is de verteller van dat gefragmenteerde PvdA-verhaal. En dat doet hij niet goed. Hij is te veel de bestuurder die met door beleidsproces geboetseerde voorstellen naar buiten trad. Natuurlijk soms vergezeld door een pakkende quote, maar die was ruim vantevoren bedacht. Dat is echter totaal wat anders dan oppositie voeren. Dan moet je uitgaan van ongerijmdheden, het realisme durven loslaten en meer bezig zijn met je eigen belang dan het algemeen belang. Vermoedelijk allemaal taaie of onverteerbare opgaven voor Job Cohen.

Nou ja, laat ik mijzelf dan corrigeren: het is deels onverdiend. En het meest zwarte is dat het ook niet meer te veranderen is. Die zelfkennis had Agnes Kant wel. Job Cohen hamert sinds zijn start dat men zal inzien hoe fatsoenlijk en onkreukbaar hij is. Alsof dat de heimelijke queeste van de PvdA-stemmer is. Alsof die bij het ontdekken van de authenticiteit van Job ontroerd denkt: ja, zo ken ik mijn partij weer. Dit is natuurlijk een mal beeld, een spook die Cohen of een slechte adviseur heeft opgeroepen en najaagt. Net als bij Agnes Kant gloort er inmiddels voor Cohen geen licht meer op verbetering. Droevig voor hem persoonlijk, maar waar. Hij is, zonder respectloos te willen zijn, een oud plakbandje waar de lijmstof geheel van verdroogd is. Hij zweeft naast zijn partij en kiezers maar waait niet weg. Nog niet. Dat er een windvlaag komt staat vast, alleen wie blaast?

Nééé Sneeuw!

bron: NH Dagblad

Dat was toch we de leukste grap die ik hoorde in de afgelopen dagen: dat de naam NS is ontstaan omdat een directeur naar buiten kijkend de vlokken zag dwarrelen en uitriep: Nee Sneeuw!

Het bekritiseren van NS en Prorail dreigt een nieuw winters familievertier te worden. Samen met het dromen over de elfstedentocht. Sinds de falende dienstregeling en informatievoorziening vrijdag wordt het gezelschapsspel weer met veel bravoure gespeeld. Het is ontegenzeggelijk waar dat NS en Prorail in vele opzichten hebben gefaald. Vooral de informatievoorziening lag er te vaak, te lang uit of was gewoon niet correct. Hoe kan dit nadat men van eerdere ervaringen zo veel heeft kunnen leren?

Het lijkt er op dat NS en Prorail zich vooral op technisch gebied hebben willen beteren. Het programma voor het verkleinen van het aantal wissels en het maken van een aangepaste dienstregeling: het zijn technische oplossingen. Vast terecht, maar niet één op één een antwoord bij wat het publiek steeds zo stoort: geen of onjuiste informatie bij incidenten op het spoor. Daar lijkt de energie niet voor te zijn ingezet. De gedachte was blijkbaar dat met de technische oplossingen het probleem van de communicatie als vanzelf ook opgelost zou zijn. Hoe ijzig koud is de realiteit!

Telkens als er met de dienstregeling iets mis gaat valt me bij de NS op dat:

  • er altijd nieuwe talking heads zijn. Niemand krijgt de kans gezag op te bouwen. Directeur Meerstadt lijkt gereserveerd voor het acht-uur journaal van NOS (ook RTL?) maar niet consequent. En hij werd vrijdag met een slechte boodschap op pad gestuurd en daardoor kwetsbaar in het ongewoonkritische interview van Sacha de Boer.
  • NS en Prorail treden nooit gezamenlijk op. Dit voedt het makkelijke frame van twee giganten die elkaar in de weg zitten. Ook al gaven ze elkaar niet de schuld afgelopen vrijdag en zaterdag, de media deed wel verslag vanuit het aloude beeld dat ze zaten te zwartepieten. Waarom vrijdag niet een gezamenlijke persconferentie gegeven? Dat is heel gebruikelijk bij crises. Ondanks de verschillende verantwoordelijkheden komen overheid en nooddiensten tekst en uitleg geven.
  • NS en Prorail onderschatten keer op keer de kracht van de spotlights. Wat zij als een incident beschouwen is in de publieke opinie en media al crisis. Dit levert veel miscommunicatie op.

In de kritiek op de slechte prestaties van afgelopen dagen valt ook weer te horen dat het allemaal anders moet: dat NS en Prorail moeten fuseren of er een andere (Zwitserse?) vervoerder moet komen. Dit zijn loze vergezichten: je koopt er geen garantie voor dat het echt anders zal gaan.

Ik zou, buiten alle crisisgevoelige maanden om,  als NS en Prorail geld steken in een nationale versie van het TV-programma Rail Away. Laat zien waar je mee bezig bent. Versterk de al algemeen gegroeide waardering voor NS. Laat, zoals bij de Noord/Zuid-lijn met succes is gebeurd, de machinisten en monteurs vertellen hoe hun werk er uit ziet. Dit uiteraard afgewisseld met mooie plaatjes van Nederland vanuit de trein of van buitenaf. In zomers en winterse landschappen…

De belangrijkste les nu is echt te leren van gemaakte fouten. NS heeft veel vertrouwen opgebouwd in de afgelopen jaren.  Dit soort barre tijden van falen verspilt al het opbouwde vertrouwenskapitaal te makkelijk. Doodzonde, niet efficiënt. Meer sensitiviteit voor beleving en beelden bij NS’ers, reizigers en media zal helpen om de communicatie te verbeteren en reizigers in de crises die ongetwijfeld blijven plaatsvinden, beter te informeren.

De glijvlucht van Poetin

Vandaag zijn de Russen door de oppositie opgeroepen weer te demonstreren. Het is de vraag of, om in winterse termen te blijven, het ze lukt gaandewegeen wak te maken waar Poetin in zal verdwijnen. Het vergt moed om in Rusland te demonstreren. Het trotseren van de kou is daar een detail bij. Daar kun je je nog op kleden. Op de gevolgen voor je privé-leven die het kan hebben is het moeilijker je voor te bereiden. Onderwijzers die mee zouden willen demonstreren is dat verboden: hen is opgedragen een pro-Poetindemonstratie bij te wonen die tegelijkertijd vandaag zal plaatsvinden.

Zoals bij zo veel demonstraties zullen er achter de gemeenschappelijke noemer (weg met Poetin) vele private motieven schuilgaan. Voor de één is de grote corruptie dé reden, de ander wil meer welvaart en een derde wil rechtsgelijkheid. Bovenal is er, denk ik, vooral woede. Opgespaarde woede, wat niet met enkele demonstraties is gelucht, maar waar grotere gebeurtenissen voor nodig zijn om het te temperen. Poetin weet dat maar is te afhankelijk van zijn eigen coterie en te verslaafd aan zijn eigen machtshonger om daar adequaat mee om te gaan. Hij ziet het gevaar, maar omdat hij er niet mee kan omgaan, ontkent hij het. In Birma hebben de machthebbers het gevaar wel tijdig onderkend. In enkele Arabische staten waren de leiders ook te onmachtig.

Rusland raakt door de expliciet geworden strijd om recht en macht steeds meer vervreemd van het het buitenland. De geschiedenis van Rusland wordt gekenmerkt door isolationisme en introvertie. Dus beschuldigingen, zoals van Poetin eerder, dat buitenlandse krachten de demonstranten opzwepen vallen in een welbekende aarde. En Poetin zal zelf ook met enige angst zien dat de globaliserende wereld de schuttingen en hagen steeds verder kortwiekt. In de gemeenschap van Europa worden tegenwoordig grondwetswijzigingen opgelegd (Begrotingsdiscipline) of tegengehouden (Hongarije). In de liga van Arabische Staten wordt Assad van Syrië gevraagd terug te treden en stuurt men waarnemers. En zelfs de Afrikaanse Unie vindt een eenheid en overtuiging om bij Ivoorkust vorig jaar positie te kiezen.

Het is niet waarschijnlijk dat de Verenigde Naties Rusland straks sancties zal opleggen om  frauduleus verlopen presidentsverkiezingen. De reputatie van de Russische staat en de geloofwaardigheid van zijn leider devalueert uiteraard wel. Voor een land dat zich, net als eerder Birma, een teruggetrokken bestaan binnen de wereldgemeenschap toe eigent, is dat geen groot probleem. Maar Poetin wil juist doen alsof hij legitiem een land leidt dat in het licht kan staan van Amerika en de EU. Die missie is hij met elke demonstratie die de Russen nu organiseren bezig te verliezen. Ik zie er als cartoon bij dat Poetin zich straks opnieuw op de presidentsstoel hijst, maar als hij even omlaag kijkt ziet dat de poten aardig zijn aangetast door vuur, houtrot en andere aandoeningen.

Poetin komt als nieuwe president straks terecht in het treurige rijtje van Loekasjenko, Ahmedinejad en Mugabe. Types die niet alleen triestig zijn door hun wereldvreemdheid en egoïsme, maar ook doordat ze zo overduidelijk vervreemd zijn van hun volk. Die macht hebben de demonstranten vandaag en de komende tijd in ieder geval, te laten zien dat Poetin straks misschien wel in naam president van Rusland is, maar niet van de Russen. En misschien is daarmee de glijvlucht van Poetin naar de harde grond, of dieper nog, het koude ijswater, in gang gezet. En hebben de ontberingen die men ondergaat door mee te demonstreren uiteindelijk ook voor hun eigen omstandigheden heilzame gevolgen.

Wet op Uitgestelde Teleurstelling

Zal 2012 het jaar worden waarin Poetin alsnog van het politieke toneel in Rusland verdwijnt en dit toneel meer werkelijkheid en minder fictie gaat kennen? En zal in 2012 in Egypte de lente wel definitief doorbreken, evenals in Libië en Tunesië? Wordt Obama herkozen? En nemen de Chinezen via Weibo definitief afscheid van de tucht en orde die ‘hun’ communistische partij hen oplegt? En is eind 2012 de eurocrisis vooral een akelige herinnering, net als het kabinet van CDA, VVD en PVV?

We zijn geneigd altijd te optimistisch te zijn. Ik tenminste. Dus als ik de vragen zou vervangen door stellige overtuigingen neem ik een zware hypotheek op mijn persoonlijke gemoedsrust. En zware hypotheken zijn ongezond. Dat hebben de afgelopen jaren me wel geleerd. Konden we de toekomstverwachting maar op huurbasis aannemen en medio 2012, als het tegenvalt of juist meevalt, verkassen naar een nieuwe verwachting. In gelul schijn je niet te kunnen wonen, maar in verwachtingen is het soms goed toeven. Daar kun je aardig gesust door worden. Tot het gordijn van Actualiteit ruw open gaat en je je verwachting ziet verdwijnen als mist opgejaagd door de zon.

Maar goed, dit alles is hypothetisch en metagnomie is niet mijn ding. Op 2012 zal ik waarschijnlijk met net zo veel wrevel en teleurstelling terugkijken als 2011. Dat weet ik bijna als een wetmatigheid omdat voor 2011 zich jaren heb neergelegd die eenzelfde soort van gevoelens en gedachten achter hebben gelaten. En toch klinkt me dat ook weer te somber. Want al telt elk jaar afzonderlijk toch weer zijn dikke zware randen: decenniumgewijs voel ik me toch positief gestemd. Dat lijkt een vreemde tegenspraak. De som van de grijze delen is een soort van wit. Dat klinkt naar de geheime toverformule waar Keuringsdienst van Waren onlangs naar zocht toen ze wilde verklaren hoe uit massa’s grijs gerecycled papier stralend wit WC-papier gefabriceerd wordt. Filteren, filteren en filteren, zei de fabriek. Een stiekem afgeluisterd telefoongesprek wees uit dat dat niet alles was. Misschien dat mijn toverformule in het geheugen ligt en de wens om hoop te hebben. Daardoor kan ik me elk jaar nooit onttrekken aan teleurstelling over wat er wel en juist niet is gebeurd, terwijl over een groter tijdsvlak beschouwd ik allerlei hoopgevende ontwikkelingen zie.

Maar wie weet (zegt die hoopvolle stem in mij) breekt 2012 de Wet op de Uitgestelde Teleurstelling en zie ik over 12 maanden mooie antwoorden op al die boeiende vragen waar ik mijn blog mee begon.

Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid

Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid. Dat zit in onze natuur. Kim Jong Il (“I didn’t know Kim Jong was il!” was een goede grap die ik gisteren hoorde) kon tot in extremis zijn eigen werkelijkheid  maken. Er was niemand die hem tegensprak. Niemand die hem wees op gevolgen. Het is niet uniek dat mensen op hoge posities de werkelijkheid vervormen door gebrek aan weerwoord. Soms maken ze het er zelf naar en soms is de omgeving te bescheiden of te bewonderend om het weerwoord te geven. De vertrokken directeur van het COA en Cruyff, zijn namen die me nu zo te binnen schieten. Hun leren te veranderen is vermoedelijk tevergeefs. Hooguit hebben schade & schande een gevolg, maar die kan ook negatief zijn: bevestigen dat hun aannames klopten, zij gelijk hebben en de rest niet.

Het percipiëren van een eigen werkelijkheid lijkt met deze voorbeelden ongewenst en fout. Dat kan het worden, maar is het niet. Het is ook een vorm van zelfbescherming en daarmee een middel om zelfvertrouwen te hebben. Samenlevingen waar mensen het recht op het vormen van eigen meningen wordt misgund, munten niet uit in zelfbewuste burgers. Zie wederom Noord-Korea en vindt hierin een mogelijke verklaring voor de enorme klaagzangen en publieke treurnissen na de dood van de Grote Leider. In onze samenleving is het iedereen gegund een eigen werkelijkheid te hebben. Dat gaat gepaard met vrije meningsuiting. Maar dat wil niet zeggen dat het dus ook alleen maar goed is. Voor een gezonde beleving van de eigen werkelijkheid is debat noodzakelijk. Zonder debat ontspoort het, zoals bij Albayrak en Cruyff. Met debat worden mensen gedwongen tot dynamiek: hun werkelijkheid is geen statisch gegeven maar erodeert al naar gelang wie ze spreken, wat ze lezen en zo voort.

Er zijn beroepen die dit type van confrontaties ook bewust moeten opzoeken. Beroepen die het wel en wee van de samenleving of een bedrijf of organisatie bepalen. Privé is het hun gegund een werkelijkheid te percipiëren en daar zonder of met tegenspraak bij te blijven, zakelijk is het de eis dat ze daar juist actief mee bezig zijn. Ze moeten zichzelf steeds de vraag stellen of zoals zij het zien anderen dit ook zo zien. Met die vorm van omgevingsbewustzijn kunnen ze beter inschatten waar ze ferm of juist ontvankelijk moeten zijn, waar ze kunnen versnellen of juist vertragen. Ik ben er van overtuigd dat hoe meer overheden met een goede dosis omgevingsbewustzijn opereren, hoe meer men aansluiting vindt op de gehorizontaliseerde werkelijkheid waar de Raad voor Openbaar Bestuur  vorig jaar over adviseerde. Een mondige en assertieve samenleving, kenmerkend voor de horizontalisering, wil gezien en gehoord worden. Een overheid die met de juiste voelhoorns werkt zal vertrouwen winnen.

Noord-Koreaanse toestanden gelden inmiddels als spreekwoordelijk voor de manie en branie waarmee het land is geleid en de effecten die dat heeft gehad op de bevolking. Zeker geen wenkend perspectief. Wel een nuttig schrikbeeld. En voor Nederlanders vermoedelijk een overbodige, hoewel voor sommige politiek populisten ook bij momenten verleidelijk. Macht is onder meer jouw redeneerwijze en ideeën zo breed mogelijk te laten landen. Als jij de rechtsstaat aanvalt en en velen volgen jouw beweegreden en oordeel, dan is dat macht. En als dan het weerwoord stokt, kan die macht zo maar beklijven en electoraal vertaald worden.

Dat roept ook de vraag op hoe ‘eigen’ ieders werkelijkheid is. Of vraag…. Ik denk wel dat je kunt stellen dat er sprake is van een hoog gehalte copy & paste. Maar beter goed gejat dan slecht bedacht. En uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van argumenten en houdbaarheid van denkbeelden.  Die worden getoetst door debat en door open te staan voor andere meningen. Daar heeft de Nederlandse samenleving een voortdurende uitdaging in en hebben onze overheden en bedrijven een permanente opdracht in.